Flexibiliteit en snelheid zijn essentieel om adequaat in te spelen op de technologische behoefte van Defensie. De kennisinstituten Koninklijke NLR, TNO en MARIN hebben daarom samen met DMO een intentieverklaring ondertekend. Hiermee is de eerste stap genomen om dit nog beter te organiseren.

Defensie, in de rol van de Defensie Materieel Organisatie (DMO), en kennisinstituten Koninklijke NLR, TNO en MARIN tekenen op 12 december een intentieverklaring voor langdurige, nauwere samenwerking op het gebied van technologieontwikkeling. Met de toenemende dreigingen in de wereld wordt het belang van innovatie voor defensie steeds belangrijker.

“De DMO werkt al intensief samen met deze externe partijen, omdat ze niet alles binnen de eigen organisatie kan borgen. De DMO gaat deze samenwerking met de kennisinstituten verbreden en verdiepen. Het wordt veel meer dan bij wijze van spreken ‘uurtje, factuurtje’. We zetten in op ’samen doen’ in een langdurig partnerschap waarbij we heel makkelijk en snel kunnen schakelen. De randvoorwaarden voor een intensief kennisnetwerk, dan wel ecosysteem zijn hiermee verzekerd”, aldus vice-admiraal Arie Jan de Waard, directeur DMO.

Door de nieuwe afspraken zouden organisatiegrenzen tussen DMO met de kennisinstituten, maar ook tussen de kennisinstituten onderling, geen rol meer moeten spelen. Met als gevolg dat innovaties sneller tot de beschikking van onze militairen komen.
“Om Defensie optimaal te kunnen ondersteunen bij operaties – waarbij land, water en lucht een rol spelen – is het mooi een efficiënt ecosysteem te hebben dat directe toegang heeft tot technologieën en kennis op de relevante gebieden binnen de deelnemende instituten”, stelt Michel Peters, algemeen directeur Koninklijke NLR. “Een nieuwe stap in de samenwerking waarin deze vier partijen nauw met elkaar zijn verbonden maakt dat we sneller en beter kunnen inspelen op de uitdagingen waarvoor defensie is gesteld”, stelt Hendrik-Jan van Veen, Managing Director a.i. Defensie & Veiligheid bij TNO.

MARIN directeur Bas Buchner vult aan: ”We vullen elkaar aan op basis van onze eigen expertisegebieden. Ook werken we samen aan nieuwe technieken, zoals digitalisering en simulatie. Door deze samenwerking krijgt Defensie betere systemen voor de toekomst.”
Binnen de samenwerking worden op eenvoudige en snelle wijze kennis, faciliteiten en capaciteiten gedeeld en aangewend om nieuwe innovaties te realiseren. Nieuwe medewerkers kunnen deelnemen aan de introductieprogramma’s van de deelnemende organisaties en de partijen zullen opleidingen openstellen voor elkaars medewerkers. Het ecosysteem kan gebruik maken van een gezamenlijke IT-infrastructuur die beschikbaar komt. Nieuw is de uitwisseling van medewerkers onderling en dat kennis en innovaties zo vroeg mogelijk en zo snel mogelijk beschikbaar zijn voor de doelstellingen van de DMO.

Dit ecosysteem moet in de toekomst gaan groeien. Als na het eerste jaar blijkt dat deze samenwerking succesvol is en de kinderziektes uit de afspraken zijn gehaald dan staat het ecosysteem ook open voor andere partijen van defensie of daarbuiten.

De ‘letter of intent’ die is getekend, markeert de wil van partijen om dat ecosysteem tot een succes te maken en dat te bestendigen in een raamovereenkomst.

Ondertekening samenwerking DMO, NLR, TNO en MARIN

Ondertekening van de intentieverklaring. Met op de voorgrond Mark van Venrooij, Vice President Aerospace Systems Royal NLR met daarachter Chief Operating Officer TNO Maarten Tossings, vice-admiraal Arie Jan de Waard, directeur DMO en directeur MARIN Bas Buchner.